Drie tips hoe u eenvoudig en gemakkelijk uw woordenschat kunt uitbreiden

Stephanie Hofschlaeger / pixelio.de

Wat heeft taal leren met sporten te maken? 

Ik ben een tijdje geleden in London geweest. Zo maar. Mijn Engels is aardig ingeroest. Ook al heb ik mij voor de reis alvast enkele belangrijke zinnen bedacht, zo was het voor mij soms lastig echt uit de woorden te komen.

Waarom? Mijn hersenen zijn getraind op Nederlands-Duits-Nederlands. De hersenen werken als een spier – train je niet, wordt de spier slap. Dat betekent als ik Engels wil praten en dit ook nog op een fatsoenlijk tempo, heb ik wel de juiste Engelse zin in mijn hoofd, maar ik spreek het half Nederlands uit.

Tegen dit soort problemen lopen mijn cursisten ook vaak aan: Zij willen iets in het Duits zeggen maar er drukt zich altijd nog een Engels woordje tussen, omdat ze in hun dagelijkse werkzaamheden vaker Engels dan een andere vreemde taal spreken.

Ingeroest? Begin langzaam met opbouwen!

Tip 1 – tempo omlaag

Neem het spreektempo terug en denk na over wat u wilt zeggen.

Tip 2 – luisteren en nadoen

Door goed te luisteren wat een ander zegt, kunt u heel veel woorden leren. Daarmee bouwt u ook uw passieve woordenschat op, dat is de woordenschat die u niet actief gebruikt maar waarmee u wel heel veel gesproken of geschreven teksten kunt begrijpen.

Verder kunt u door goed naar u gesprekspartner te luisteren, in uw antwoord enkele woorden van hem overnemen. De praktijk volgt het principe van voordoen en nadoen.

Enkele voorbeelden

Wie geht es Ihnen? Mir geht es gut!        (Ihnen/ mir -> 3e naamval)

Wir haben hier eine wunderbare Umgebung. Ja das stimmt, die Umgebung ist wirklich wunderbar. (eine = die)

Können Sie mich mit Herrn XY verbinden? Ja, das ist kein Problem, ich verbinde Sie.

(mich/ Sie -> 4e naamval)

Das Restaurant XY ist wirklich ausgezeichnet. Ja wir haben auch ausgezeichnet gegessen.

Ist Herr XY schon nach Hause  gegangen oder hat er einen Termin ? Herr XY hat einen Termin. (Termin = afspraak)

Kann ich etwas ausrichten oder möchten Sie warten? Ich möchte bitte warten.

Bij de volgende gelegenheid kunt u aangeven: “Könnten Sie bitte etwas ausrichten!” (een bericht doorgeven)

Tip 3 – opslaan en herhalen

Vallen u bijzondere woorden of uitdrukkingen op?

Maak snel een notitie, spreek ze uw smartphone in of verzamel ze in een klein Excel bestandje of computer.

Door op te schrijven hebt u al een keer herhaald. Vanaf nu probeert u de verzamelde woorden zo vaak mogelijk te gebruiken. Maak een schema (3x per dag of 3x per week) – het moet vooral bij u passen! In het geval van taal oefenen zijn meerdere korte oefeningen beter dan een enkele keer heel lang oefenen.

 

Net als bij de oefeningen in de sport school… . Uw spieren worden pas door de herhalingen sterk.