Was machen Sie da?

Slecht nieuws eerst

Er is geen vaste regel wanneer u machen of tun gebruikt.
Er zijn wel veel voorbeelden waar we alleen het ene of andere woord in het Duits gebruiken.

Nu het goede nieuws

Heel vaak kunt u maken en doen gewoon vertalen met machen en doen, maar soms gaat dat mis.

Ik wil even aandacht besteden aan de Duits-Nederlandse verschillen. Want daar waar het goed gaat, volgt u gewoon uw gevoel.

Twee zinnen waarbij allebei kan:

  • Wat doet u daar?                    Was machen Sie da? Was tun Sie da?
  • Hij doet de hele dag niets.    Er tut den ganzen Tag nichts. Er macht den ganzen Tag nichts.

Machen oder tun?

Machen – anfertigen/produzieren
Machen wordt vaker gebruikt dan tun, vooral als het om activiteiten gaat. Zoals Pause machen, Fehler machen of einen Deutschkurs machen.

Wij kunnen ook etwas selber machen, in de zin van iets zelf produceren. Wir machen alle unsere Produkte selbst. Unser Produkte sind hausgemacht.

Tot hier nog vrij gemakkelijk want wij maken in Nederland producten en soms ook wel foutjes. Maar we volgen ook bijvoorbeeld een cursus, toch?

Tun in de zin van iets doenetwas tun of een taak afmaken, waarbij het laatste vaak met erledigen vertaald kan worden.

Zoals etwas Gutes tun of einen Gefallen tun en Ich erledige das noch schnell, dann können wir Pause machen.
(Ik maak dit nog snel af, dan kunnen we met pauze gaan.)

Het volgende is belangrijk voor de mensen die wel eens willen zeggen: ik heb het druk. Ich habe viel zu tun.
Wilt u er niets mee te maken hebben? Dan zegt u: Damit möchte ich nichts zu tun haben!

Nog meer woordenschat

Ik heb voor u nog enkele termen verzameld, waarvan ik vaker hoor dat het mis gaat met de juiste vertaling. Als je namelijk niet het juiste werkwoord kent, kun je machen natuurlijk als plaatsvervanger gebruiken. Alleen is dat vaak iets minder mooi. We hebben in het Duits bepaalde zelfstandige naamwoorden die samen met een bepaald werkwoord worden gebruikt.

Leer vooral de rechterkolom, zo bouwt u uw woordenschat gemakkelijk op.

Ein Angebot machen

ein Angebot erstellen

Einen Termin machen

einen Termin vereinbaren

Eine Bestellung machen

bestellen

Eine Rechnung machen

eine Rechnung erstellen

Eine Zahlung tätigen

zahlen/bezahlen

Ein Produkt machen

ein Produkt fertigen/erstellen

 

produzieren

Einen Spaziergang machen

spazieren gehen

Eine Reise machen

reisen

Zin om nog meer woordenschat op te bouwen of de kleine foutjes eruit te halen? U kunt een hele online cursus volgen, in eigen tijd en tempo met handige weetjes, woordenlijsten èn oefeningen.